Feedback in het Onderwijs: hoe doe je dat Constructief?

Feedback krijgen op je werk, dat klinkt leuk, maar in de praktijk is het nog weleens confronterend. Aan het ontvangen van feedback moet je even wennen: je moet het niet zien als kritiek, maar als iets waarmee je beter kunt worden. Het is daarom heel goed als de feedback die je krijgt nuttig is. Maar hoe geef je nu constructief en dus nuttige feedback?

Feedback geven en nemen

In het onderwijs is de leerkracht de hele dag bezig met het geven van feedback naar de leerlingen. Je weet eigenlijk als geen ander dat wat je zegt opbouwend moet zijn. Geen leerling presteert beter van klinkklare kritiek. Je zou dus moeten weten dat feedback goedbedoeld is. Toch voelt het soms anders. Het is daarom belangrijk dat je feeling krijgt bij het geven van goede feedback, waardoor je ook beter kan omgaan met het krijgen van (goede) feedback. Dat kun je voor elkaar krijgen door met een groep collega’s af te spreken regelmatig elkaars werk te beoordelen. Zonder feedback leren jouw leerlingen niets, maar jij zelf dus ook niet. Constructieve feedback is daarom hard nodig.

Samen voor beter onderwijs

Leerkrachten krijgen van hun leerlingen misschien wel kritiek, maar dat is vrijwel altijd niet onderbouwd. Aan reacties als: ‘Deze les is stom’ heb je nu eenmaal niks. Leerlingen zijn misschien ook niet de juiste personen om jou feedback te geven, daar heb je je collega’s voor. Met hulp van je collega’s kom je dus al een heel eind. Je spreekt met elkaar af om elkaars lessen te observeren. Vervolgens evalueer je dit met elkaar. Leer elkaar hoe je opbouwende kritieken geeft. Ook voor collega’s geldt dat je niks hebt aan een opmerking als: ‘Dit kan zo niet’. Leg elkaar, zonder oordeel, uit hoe iets beter kan en kom samen tot een oplossing. Samen bereik je op deze manier dat je nóg beter in je werk wordt. En je collega’s ook!

Observeren (kun je leren)

Als je een collega feedback in het onderwijs wilt geven over zijn manier van lesgeven, dan is observeren noodzakelijk. Kijk daarbij wat het effect van de les op de leerlingen is. Deze observatie deel je met je collega. Het is de opdracht om dit te delen zonder oordeel. Stel je ziet dat je collega een opdracht uitdeelt, waarbij je merkt dat het niet goed bij de leerlingen overkomt. Dit kun je hem mededelen door je zin te beginnen met: ‘Ik zag je de opdracht geven en daarna merkte ik …’ Zodra je jezelf hoort zeggen: ‘Ik vind dat …’ dan is de feedback mislukt. Je bent op dat moment een mening aan het geven, vergezeld van een oordeel. En dat is nou precies waar je collega niets aan heeft.

Wat wil je met de feedback?

Bedenk je vooraf wat je wilt leren van feedback. Door een gerichte leervraag te stellen, weet een collega exact waar hij op moet letten. Hiermee krijg je feedback waar je wat aan hebt, weet je wat je kunt verwachten, krijg je input in wat je nodig hebt én is de feedback ook nog eens beter. Je collega weet precies wat je verwacht en kan daar specifiek op letten. Het is overigens verstandig om klein te beginnen. Begin niet direct met een leervraag die een enorme omslag moet maken. Ook is het handig om met iets positiefs te beginnen, bijvoorbeeld door iets te laten evalueren waar je trots op bent. Stel ook direct een wedervraag: als jij bij mij dit bekijkt, waar wil je dan dat ik bij jou naar kijk? Alleen zo kun je samen grote sprongen maken.

Feedback =normaal

Als je eenmaal een goede feedbackcultuur hebt ontwikkeld binnen het team waarin je werkt, kun je er echt van profiteren. Het krijgen en geven van feedback moet gewoongoed worden, eigenlijk net zo gewoon als in- en uitademen. Dit is niet van de een op de andere dag zo, je doet er een tijdje over om op dit punt te komen. Maar als je dit bereikt, merk je dat je eigenlijk niet meer zonder feedback kunt. Constructieve feedback zorgt voor professionaliteit en dat straal je uit. Alleen zo maak je elkaar én je hele school sterker.